you're reading...
Earthquakes, Geology and Society

De voorspelbare Aarde, een utopie?

‘Hagelbollen als pingpongballen’ tijdens de Pinksterstorm dit jaar, het dodelijke Pukkelpoponweer in 2011, … telkens is de eerste vraag die de wetenschappers voor de voeten geworpen krijgen: “Hadden jullie dit niet kunnen voorspellen?”. Tja, er moet uiteindelijk toch een verantwoordelijke aangeduid worden, niet? En tot wat dit ‘zwarte pieten’ kan leiden, zien we in Italië, waar een aantal wetenschappers veroordeeld werden tot gevangenisstraffen voor ‘doodslag door nalatigheid’ omdat zij de dodelijke aardbeving die L’Aquila trof op 6 april 2009, niet hadden zien aankomen (zie ook ‘De juridische naschok van L’Aquila’). Zie ook ‘Het aardbevingsproces van L’Aquila: eind goed al goed? voor een update naar aanleiding van de uitspraak in beroep (10 november 2014).

Maar stel dat onze weermannen en -vrouwen enkele weken op voorhand exact de Pinksterstorm – met ‘hagelbollen als pingpongballen’ – zouden kunnen voorspellen? Wat zou de reactie zijn van de verzekeraars? Hoe zouden de glastuinbouwers in West-Vlaanderen reageren? En stel dat het Pukkelpoponweer voordien exact voorspelbaar zou geweest zijn? Wat had de reactie geweest van de organisatoren van Pukkelpop? Hoe hadden de festivalgangers gereageerd?

Inderdaad, de vraag naar de voorspelbaarheid van mogelijk bedreigende natuurfenomenen zou eigenlijk telkens die andere vraag moeten uitlokken: “Stel dat de wetenschapper het natuurfenomeen exact zou kunnen voorspellen. Wat dan?”. Waarbij uiteindelijk de vraag dient gesteld worden of dit maatschappelijk überhaupt wenselijk is.

Voorspellen en voorspellen
Er is ‘voorspellen’ en ‘voorspellen’ (zie ook ‘Voorspellen en voorspellen is twee’)! ‘Ja’, de wetenschapper kan ‘voorspellen’ (forecast). Wetenschappers schetsen immers een scenario van wat er in de toekomst met een zekere waarschijnlijkheid zou kunnen gebeuren, of het nu gaat over de weersverwachting voor de komende dagen, de klimaatscenario’s voor het einde van de eeuw, voor nakende aardbevingen of ander natuurgeweld. Deze scenario’s zijn gebaseerd op wetenschappelijke theorieën en modellen, die losgelaten worden op een uitgebreid gegevensbestand over het verleden. Al deze scenario’s hebben één karakteristiek in gemeen: onzekerheid. ‘Neen’, de wetenschapper kan niet exact ‘voorspellen’ (predict’) waar en wanneer het volgende onweer zal uitbarten, hoe groot de hagelbollen zullen zijn, wanneer de volgende aardbeving zal toeslaan. Enkel Madame Soleil doet zo’n voorspellingen.

Catch-22
Wanneer we echter vaststellen dat het aantal natuurrampen wereldwijd steeds maar toeneemt, dan moeten we ons de pertinente vraag stellen hoe we kunnen vermijden dat bedreigende natuurfenomenen zich kunnen ontwikkelen tot dodelijke en/of kostelijke natuurrampen. Is het niet de maatschappelijke plicht van de wetenschapper om uit te zoeken hoe al dat natuurgeweld exact te kunnen voorspellen om zo zoveel mogelijk levens te redden?

Want van één zaak zijn we zeker: het natuurgeweld zal opnieuw toeslaan. Planeet Aarde hebben we nu eenmaal niet onder controle! Alleen is de context waarin dit natuurgeweld zich voordoet, drastisch veranderd doorheen de voorbije decennia, eeuwen en millennia. En dit maakt dat meer dan ooit we de tijd tegen ons hebben.

Neem nu aardbevingen. Sinds kort worden we geconfronteerd met een ware catch-22. De mens heeft er immers zelf voor gezorgd zich op een zeer geconcentreerde manier bloot te stellen aan het aardbevingsgevaar. Enerzijds blijven de wereldsteden maar aangroeien. Deze stedelijke bevolkingsexplosie is bovendien een zeer recent fenomeen, zeker vergeleken met de normale tijdsduur – van enkele eeuwen – van een aardbevingscyclus. Anderzijds liggen vele van de wereldsteden niet toevallig waar ze liggen. Een zekere ‘fatal attraction’ is er uitgegaan van landschappen, die doorheen de eeuwen en millennia door aardbevingsbreuken geboetseerd zijn. Denk bijvoorbeeld maar aan de antieke steden Mykene, Delphi of Sagalassos, die allemaal – niet toevallig – pal op een arctieve aardbevingsbreuk gebouwd zijn. Maar dit geldt evengoed voor de huidige miljoenensteden als Teheran, Istanbul, Manilla, Katmandu, … . Voor al deze steden tikt onherroepelijk de aardbevingsklok. Nooit eerder in de geschiedenis was de blootstelling aan het aardbevingsgevaar zo groot als vandaag. En bij elke seconde die wegtikt, komt het noodlot dichterbij. Al deze megasteden zijn gedoemd ooit een ‘voltreffer’ te moeten incasseren.

Vergelijk gewoon het Tokyo van 1923 met het Tokyo van vandaag. Toen op 1 september 1923 de zware ‘Great Kanto’ aardbeving – met magnitude M7,9 – Tokyo met de grond gelijk maakte, telde de stad ongeveer 4 miljoen inwoners. Er vielen meer dan 143.000 slachtoffers te betreuren. We weten dat dergelijke aardbeving ooit opnieuw zal toeslaan. Alleen leven er nu meer dan 35 miljoen mensen in Groot-Tokyo. Hoe pakken we deze dreiging aan? Door te trachten die bewuste aardbeving exact te kunnen voorspellen? Maar wat zou er immers gebeuren indien we enkele weken, of zelfs enkele maanden op voorhand de volgende zware aardbeving exact zouden kunnen voorspellen? Hoe gaat de overheid reageren? En wat zal de reactie zijn van de 35 miljoen inwoners van Groot-Tokyo?

Gemiste kans
Maar er is soelaas … dat denken we toch. Het zijn immers niet de aardbevingen die dodelijk zijn, het zijn de instortende gebouwen. Wat is dan het probleem? Sinds het begin van de vorige eeuw heeft men immers voldoende bouwtechnische kennis vergaard om gebouwen aardbevingsbestendig te maken, zodat ze de zwaarste aardbevingen ‘zonder al te veel kleerscheuren’ kunnen doorstaan. Bovendien hebben we een uniek gelegenheidsvenster om de massale investering in het aardbevingsbestendig maken van ons arsenaal aan gebouwen, te realiseren. Sinds we de moderne kennis en kunde hebben van aardbevingsbestendige bouwtechnieken is het totale gebouwenarsenaal al tweemaal vervangen en ongeveer vier- tot zesmaal in omvang toegenomen. In de tweede helft van vorige eeuw is het aantal woonhuizen verdubbeld. En dit staat nog eens te gebeuren tegen 2030. In een periode van 80 jaar zullen er nog nooit zoveel woonhuizen gebouwde zijn als nu.

En toch blijven er aardbevingslachtoffers vallen. Als we het aantal slachtoffers als maat nemen van de aardbevingsbestendigheid van ons gebouwenarsenaal, dan blijkt dat de levensreddende kennis van de aardbevingsingenieur niet doordringt tot bij het beleid, de bouwindustrie of de bouwheer. Het cumulatief aantal aardbevingslachtoffers blijft immers overal ter wereld gelijke tred houden met de bevolkingstoename. En daar wringt net het schoentje. Aardbevingslachtoffers vallen vooral waar onwetendheid, armoede en vooral corruptie heersen. Ongeveer 83% van alle aardbevingslachtoffers in de laatste 30 jaar vielen te betreuren in arme landen die corrupter blijken dan verwacht op basis van hun BNP. De aardbevingsramp van Port-au-Prince (Haïti) in 2010 (zie ook ‘Als de kwajongens toeslaan’ en ‘Het zwaard van Damocles’) is tot op heden de meest dramatische illustratie van deze dodelijke mix van onwetendheid, armoede en corruptie.

Zwaard van Damocles
We ween wat er ons te doen staat. Maar we doen niets. Niettegenstaande de kennis en kunde waarover we beschikken om al het aardbevingsleed te verzachten, blijft de globale samenleven opmerkelijk onverschillig. Dramatische aardbevingscenario’s ontvouwen zich dan ook. Een voltreffer van M7,0 – vergelijkbaar met de Port-au-Prince aardbeving – op de miljoenenstad Teheran zou een nooit geziene menselijke tol eisen, tot 1,4 miljoen doden en 4,3 miljoen gewonden. Een ‘Great Kanto’ aardbeving die het Tokyo van vandaag zou treffen, zou ‘slechts’ een dodentol van ongeveer 66.000 eisen (inderdaad omwille van het aardbevingsbestendig bouwen), maar de totale kost zou wel kunnen oplopen tot 4.300 miljard USD, ongeveer 20 keer de economische kost van de Tohoku aardbeving en tsunami in 2011, tot op heden de meest kostelijke natuurramp. De kans dat deze doembeelden werkelijkheid worden in de 21e eeuw, is relatief groot.

Geconfronteerd met dergelijke dramatische doemscenario’s lijkt het dan toch meer dan legitiem om er alles aan te doen om aardbevingen zo exact mogelijk te voorspellen. Moet er niet massaal geïnvesteerd worden in deze ‘heilige graal’ van de seismologie? Of is dit verloren geld? Moeten we de prioriteiten elders leggen? Immers, het voorspellen van aardbevingen blijft mogelijk een utopie.

Want stel dat we aardbevingen exact kunnen voorspellen, zowel het epicentrum, de magnitude, alsook het tijdstip dat het onheil toeslaat. Wat gaan de wetenschappers doen met deze kennis? Voor zich houden? Enkel de overheid inlichten? Of communiceren met het brede publiek? Wat zou de maatschappelijke en economische impact zijn als we lange-termijnvoorspellingen – in de grootteorde van maanden en jaren – zouden kunnen doen? En wat zou de impact zijn van korte-termijnvoorspellingen – in de grootteorde van dagen en weken? Gaat men dan een miljoenstad volledig evacueren? Of organiseren we daardoor gewoon de chaos? De desastreuze evacuatie van New Orleans tijdens de orkaan Katrina (2005) voorspelt alvast niet veel goeds.

Een voorbereid mens telt voor twee
Exacte voorspellingen dragen alles in zich om meer kwaad dan goed te doen. De queeste naar het exact voorspellen (predict) van aardbevingen wordt dan ook beter achterwege gelaten. Maar wat moeten dan dé prioriteiten zijn van de seismologie, als de zoektocht naar hun ‘heilige graal’ wegvalt? Vooral zorgen dat de impact van de onvermijdelijke aardbeving zoveel mogelijk wordt geminimaliseerd, zowel op vlak van menselijk leed als van economische kost. Dat betekent dat blijvend moet worden geijverd en geinvesteerd in aardbevingsbestendig bouwen en/of verbouwen (retrofitting). Maar dit vergt tijd … en die tijd hebben we misschien niet. De aardbevingsklok tikt. In de Bay Area rond San Francisco (California) loopt het uitgebreidde retrofitting-programma nog altijd en dat sinds de Loma Prieta aardbeving in 1989. De wetenschappers dienen verder in te zetten op het zo nauwkeurig mogelijk inschatten van de waarschijnlijkheid dat de Big One ergens toeslaat (zie bijvoorbeeld Geprangd tussen actieve breuken). Ook werken zij scenario’s uit van wat het effect (vooral naar intensiteit van het trillen) zou kunnen zijn van die verwachte aardbeving. Zo krijgen de aardbevingsingenieurs de nodige input voor hun berekeningen van de bouwtechnische criteria voor aardbevingsbestendigheid, en de overheid en hulpdiensten om de rampenplannen uit te tekenen voor wanneer het onheil effectief toeslaat. Verder moet men meer dan ooit inzetten op de earthquake preparedness van de individuele burger en de lokale gemeenschappen (zie bijvoorbeeld Op bezoek in het land van aardbevingen (V)  – een aardbevingscultuur). Een geïnformeerder – en dus weerbare – burger is de beste investering om de impact van een aardbeving zo klein mogelijk te houden (zie bijvoorbeeld Een struisvogel in San Francisco’). Terwijl ontwetendheid doodt, kan scholing levens redden. En als sluitstuk van dit alles, kan technologie voluit zijn rol spelen, onder de vorm van het earthquake early warning systeem, een instrument dat eigenlijk het beven van de aarde aankondigt … tientallen seconden voor de Aarde hels tekeer gaat (zie bijvoorbeeld Op bezoek in het land van aardbevingen (IV)  – waarschuwing).

De onvoorspelbare Aarde
Onze kennis en kunde allen gaat een samenleving nooit kunnen vrijwaren van elk mogelijk risico. De utopie nastreven bedreigende natuurfenomenen exact te kunnen voorspellen, heeft uiteindelijk maatschappelijk geen enkele zin. Alleen door zich bewust te zijn van de risico’s, en zich daarop voor te bereiden, kan een samenleving er zelf voor zorgen dat het onverspelbare natuurgeweld niet uitgroeit tot een dodelijke en/of kostelijke natuurramp.

Een voorspelbare Aarde is en blijft een utopie. De Aarde als zelfregulerend systeem is nu eenmaal totaal onvoorspelbaar (unpredictable). En toch zijn we als wetenschappers steeds beter in staat de toekomst te ‘voorspellen’ (forecast). En de sleutel hiervoor ligt in het rijke verleden van 4,5 miljard jaar Aardse geschiedenis, want inderdaad the past is the key to the future.

En zeg nu zelf … misschien is het goed dat Planeet Aarde onvoorspelbaar blijft, want dat houdt haar ‘bewoners’ scherp. Hooi saai zou het immers zijn op een voorspelbare Aarde …

Deze tekst is de weerslag van een presentatie (download) op 29 oktober 2014 in het kader van het project Utopia Revisited van de KU Leuven denktank Metaforum, opgestart naar aanleiding van de vijfhonderdste verjaardag in 2016 van het verschijnen  in Leuven van het boek Utopia van Thomas More.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

Follow EarthlyMatters on WordPress.com
%d bloggers like this: