you're reading...
Geïnduceerde Seismiciteit, Geologie & Maatschappij, Groningen

5 jaar na Huizinge … er is ook goed nieuws!

Waarschijnlijk heeft een ‘kleine’ aardbeving nog nooit voor zoveel maatschappelijk en politiek ophef gezorgd. Want dat heeft de M3.6 aardbeving die op 16 augustus 2012, nu 5 jaar geleden, het Groningse Huizinge opschrikte, weldegelijk gedaan. In Groningen, maar ook in politiek Den Haag, is er een vóór en een ná Huizinge. Alvast tot op heden …

Maar hoe staan de zaken nu 5 jaar na Huizinge? De (sociale) media wordt naar aanleiding van dit lustrum weerom overspoeld met doom and gloom. Voor velen is het glas meer dan half leeg. Maar is dat zo? Kijken we naar de ontwikkelingen die betrekking hebben op de aardbevingsdreiging – en dus ten dele ook op het aardbevingsrisico – dan is er ook heel wat goed nieuws te brengen. Het glas is dan misschien ook wel half vol. Alleen is het spijtig dat dit goede nieuws volledig ondergesneeuwd geraakt door het onvoorstelbare knoeiwerk rond de aanslepende schadeafhandeling. Wie zoiets bedenkt als A-, B- en C-schade, weet toch dat hij/zij zich in nesten werkt … Door heel het debacle rond de schadeafhandeling zit Groningen nog steeds, 5 jaar na Huizinge, in een neerwaartse spiraal van frustratie, wantrouwen en angst. Na 5 jaar is de bladzijde van de Huizinge-aardbeving en diens naweeën, nog steeds niet omgeslagen, al had dit gemakkelijk gekund.

De wetenschap

De wetenschappelijk kennis over de geïnduceerde aardbevingen in en rond het Groningengasveld is er zeker op vooruitgegaan. Het tegendeel zou pas verbazen, niet? Die vooruitgang reflecteert zich ook meer en meer in de internationale vakliteratuur waarin steeds meer publicaties rond de problematiek van de geïnduceerde seismiciteit in Groningen te vinden zijn. De inzichten over wat er juist gaande is ter hoogte van de breuken in het gasreservoir zijn sterk verbeterd. Er is een wetenschappelijke consensus over de maximaal mogelijke (zie ook ‘De Mmax van Groningen’) , alsook de maximaal te verwachten magnitude (Physics-based forecasting of induced seismicity at Groningen gas field, the Netherlands, Dempsey, D. & Suckale, J., Geophysical Research Letters, 2017), waarmee men nu aan de slag kan voor het vastleggen van de nodige veiligheidsnormen in het kader van het versterkingsprogramma. De wetenschappelijke vooruitgang wordt het best geïllustreerd wanneer de opeenvolgende seismische dreigingskaarten naast elkaar gelegd worden. De elliptische contourenkaart van 2013 veranderde in 2015 plots in een vlekkenkaart, in belangrijke mate omdat de kennis van het gedrag van de bodems op de grondversnellingen mee in rekening is gebracht in het modelleren van de seismische dreiging (zie ‘Seismische dreiging in Groningen … van update naar update’).

PSHAGroningen2017

Ook in 2017 kreeg de seismische dreigingskaart voor Groningen een update (KNMI), de vierde update sinds Huizinge (zie ‘Seismische dreiging in Groningen … van update naar update’).

Echter, hoe verfijnd ook deze dreigingskaarten geworden zijn, hoe beter de lokale aardbevingsdreiging kan worden ingeschat, de vraag blijft of deze kaarten überhaupt bruikbaar zijn in de context van geïnduceerde seismiciteit. Dit leert ons de andere aanpak van de seismische dreiging in de gebieden in de Verenigde Staten die geplaagd worden door geïnduceerde aardbevingen (zie ‘Seismische dreiging in gebieden met geïnduceerde aardbevingen’).

Dankzij Huizinge is er op 5 jaar tijd een enorme wetenschappelijke vooruitgang geboekt. Maar had de wetenschap nu even ver gestaan zonder Huizinge? Of stel gewoon eens dat veel vroeger – bijvoorbeeld na de eerste M3.0+ aardbeving in 2003 (Hoeksmeer, 24 oktober 2003) – de techneuten van NAM, SodM, KNMI, TNO, … een vooruitziende blik hadden gehad en een even intensief onderzoek hadden opgestart, wie weet, dan had Huizinge misschien kunnen vermeden worden … we zullen het nooit weten.

Wat de wetenschap betreft, zijn er toch nog enkele kanttekeningen te maken. Vooreerst komt het wetenschappelijk onderzoek zeer gefragmenteerd over. Als buitenstaander is het ontzettend moeilijk om op basis van hetgeen gepubliceerd is in de wetenschappelijke vakliteratuur en de diverse rapporten, een globaal beeld te krijgen van wat er nu geweten is en wat niet. Wat is nu eigenlijk de feitelijke state-of-the-art? Dit hangt natuurlijk nauw samen met een ander belangrijk minpunt, namelijk het feit dat de regie van het wetenschappelijk onderzoek nog steeds in handen is van de exploitant, de NAM. Het wetenschappelijk onderzoek wordt dan ook in de eerste plaats gestuurd vanuit een streven naar een optimale gaswinning met een minimale maatschappelijke overlast. Toch blijven hierdoor maatschappelijk relevante vragen onbeantwoord. Groningers liggen niet wakker van de spanningsverstoring op een breuk in het gasreservoir, Groningers liggen wakker van de groeiende scheuren in hun huis. En net rond het hoe en het waarom van de oppervlakkige grondbewegingen en hoe deze in relatie staan met de seismische activiteit en de bodemdaling, veroorzaakt door de gaswinning, gaapt een grote lacune in het wetenschappelijk onderzoek. Vanuit een meer holistisch perspectief had onderzoek onder een onafhankelijke, academische regie, hoogstwaarschijnlijk op deze maatschappelijk relevante vragen al wel een antwoord kunnen geven. De wetenschap had wellicht al heel wat verder gestaan.

Hand aan de kraan

Eindelijk! Dat mag je wel zeggen … In het late voorjaar 2017 werd eindelijk een meet- en regelprotocol goedgekeurd door het SodM (‘SodM keurt Groningen Meet- en Regelprotocol goed’, NAM, 3 juli 2017). Reeds in januari 2015 pleitte ik voor zo’n gereguleerde gaswinning (‘Kijk flexibeler naar gaswinning’, de Volkskrant, 20 januari 2015). Dit meet- en regelprotocol, opgenomen in het winningsplan 2016, regelt vanaf nu de gaswinning in Groningen. Door de seismische activiteit nauwgezet te monitoren en afhankelijk van veranderingen in de seismische activiteit in te grijpen en de gaswinning aan te passen, is het nu de uitdaging voor de NAM om de seismische dreiging zo laag mogelijk te houden. De kans op een nieuwe Huizinge zou hierdoor uiterst klein moeten worden.

Dit cruciale onderdeel van het meest recente winningsplan blijft al te veel onderbelicht. Actievoerders en politici zien – al of niet moedwillig – het volledig over het hoofd. Zij blijven zich blind staren op de maximale hoeveelheid te winnen gas of de duur van het winningsplan (5 jaar), twee aspecten van het winningsplan die eigenlijk bijkomstig geworden zijn vanuit het perspectief van de gereguleerde gaswinning. Het inwerkingtreden van het meet- en regelprotocol is waarschijnlijk de belangrijkste maatregel sinds Huizinge. Alleen spijtig dat het 5 jaar op zich heeft laten wachten.

Er is zeker nog kritiek te geven op het meet- en regelprotocol. Wordt er gewerkt met de beste signaalparameters? Zijn de drempelwaarden scherp genoeg om zwaardere aardbevingen, zoals Huizinge, te vermijden? Is er een maatschappelijk draagvlak voor deze drempelwaarden? Alleen de toekomst zal dit alles uitwijzen … immers “the proof of the pudding is in the eating”. Een belangrijk minpunt van het goedgekeurde meet- en regelprotocol is echter wel dat weerom de exploitant, de NAM, de feitelijke hand aan de kraan heeft, en niet – wat logischer zou zijn – de regulator, het SodM. Het versterken van de proactieve rol van het SodM in de gereguleerde gaswinning lijkt me dan ook op termijn meer dan wenselijk.

Afgenomen seismiciteit

Wat men ook beweert, het is een feit dat sinds 2016 de seismische energievrijgave – en dat is uiteindelijk wat telt – drastisch is afgenomen. In 2016 zakte de seismische energievrijgave tot het niveau van 2005. En alles wijst er op dat in 2017 de seismische energievrijgage op het niveau van 2010 zal uitkomen (onder voorbehoud). Dat de seismiciteit in 2017 iets hoger ligt dan in 2016 heeft grotendeels te maken met de onverklaarde plotse toename in seismische activiteit in de eerste maanden van 2017 (‘Onderzoek aardbevingen Loppersum: geen duidelijke oorzaak toename bevingen bij afgenomen gasproductie’, NAM, 30 maart 2017). Merk bovendien op dat voor zowel 2016 als 2017 de seismische energievrijgave een heel stuk lager uitkomen dan dat voorspeld is in de diverse winningsmodellen van de NAM. Als dat geen goed nieuws is … Al blijft dit goede nieuws voorwaardelijk. Eén Huizinge-aardbeving en we zijn terug naar af. Met de hand aan de kraan is het nu de uitdaging om dit lage niveau van seismiciteit – en dus van seismische dreiging – te bestendigen. En dan zou men wel eens kunnen spreken over een veilige gaswinning …

GroningenSeismicMoment20170816

Op deze grafiek is de evolutie van de seismische energievrijgave (seismisch moment) weergegeven. Tot 16 augustus is er in 2017 ongeveer evenveel seismische energie vrijgekomen als in het volledige jaar 2016. Extrapolatie laat toe de seismische energievrijgave voor het volledige jaar 2017 in te schatten. Merk op dat voor zowel 2016 als 2017 (onder voorbehoud) de seismische energievrijgave een stuk lager uitkomt dan de simulaties voor zowel 21 bcm, 27 bcm als 33 bcm. De seismische energievrijgave van de M3.6 Huizinge-aardbeving is ook aangeduid. Deze ene aardbeving is verantwoordelijk voor bijna de volledige seismische energievrijgave in 2012.

Veiligheidsgevoel

Dat het met de aardbevingsdreiging – en dus met het aardbevingsrisico – de goede kant uitgaat, is spijtig genoeg nog niet tot in Groningen doorgedrongen. Daar wordt het discours nog al te veel gedomineerd door de gemakkelijke slogans – à la “gaskraan dicht” – van activisten en cabaretiers, door politici, die bij elke aardbeving in een kramp schieten en de minister overstelpen met kamervragen, of door gedupeerden, die de wanhoop nabij zijn en in elke bevestiging van hun grote gelijk door een emeritus-hoogleraar of een zelfverklaarde expert, een laatste strohalm vinden. Nogmaals, de grote schuldige hiervoor is het onvoorstelbare zooitje dat overheid en NAM & Co van de schadeafhandeling hebben gemaakt.

Vijf jaar lang heeft men nagelaten te investeren in een degelijke wetenschapscommunicatie, een vertaling van de moeilijke wetenschap van waarschijnlijkheden, seismische dreigingsanalysen of piekgrondversnellingen naar een publieke wetenschap, die een antwoord biedt aan de vragen en de bekommernissen van de betrokkenen. Vooreerst naar de beleidsmensen, die een beleid moeten uitstippelen dat hopelijk gefundeerd is op de wetenschappelijke vooruitgang. Echter, in hun uitspraken en beslissingen geven beleidsmensen al te vaak blijk van hun onwetendheid desbetreffend. Hét schoolvoorbeeld blijft alvast de afbakening van het ‘aardbevingsgebied’ of ‘versterkingsgebied’ op basis van de seismische dreigingskaart (zie ‘Van binnen naar buiten?’). Deze totaal foute lezing van de seismische dreigingskaart heeft tot veel frustratie en zelfs hoongelach geleid. Terecht! Maar dit geeft ook aan dat de wetenschappers onvoldoende de moeite getroost hebben om deze moeilijke materie van probabilistische seismische dreigingsanalysen zodanig te vertalen dat beleidsmensen ermee aan de slag kunnen en zinvolle beleidsmaatregelen kunnen nemen. Maar ook dat de betrokken Groningers ‘echt’ weten waaraan ze toe zijn, wat nu niet het geval is.

Deze lacune in de degelijke wetenschapscommunicatie heeft het mogelijk gemaakt dat er zich een alternatieve publieke wetenschap ontwikkeld heeft onder de Groningers, die totaal ontkoppeld is van de echte wetenschap. Dit is wat ik in 2015 al de Groningse kakofonie noemde. Door cherrypicking uit rapporten en wetenschappelijke publicaties, door eigen analysen van gegevens door zelfverklaarde aardbevingsexperten, is een apocalyptisch aardbevingsmonster tot leven gewekt dat de geesten van de gedupeerden verziekt heeft. Hoe kan je in zo’n buitenproportionele context de Groningers nog duidelijk maken dat de aardbevingsdreiging effectief is afgenomen? Hoe kan je dan nog werken aan een reëel veiligheidsgevoel?

Investeren in een degelijke wetenschapscommunicatie blijft dan ook één van de sleutels om uit het Groningse debacle te geraken, los van de schadeafhandeling. En ook deze moet onder de regie staan van onafhankelijke academici, die met kennis van zaken de vertaalslag kunnen maken. Er moet gewerkt worden aan een degelijke publieke wetenschap over de Groningse aardbevingen en de mogelijke gevolgen. Zo kan vermeden worden dat beleidsmensen aan steekvlampolitiek doen telkens een aardbeving geregistreerd wordt, vooral met de eigen achterban of drukkingsgroep in het achterhoofd. Goed geïnformeerde beleidsmensen kunnen zo door de bomen het bos zien en investeren in een duurzame langetermijnstrategie die een aardbevingsveilige gaswinning – zolang deze nog nodig is en daar spreek ik mij niet over uit! – moet faciliteren. En alleen een eerlijke en verstaanbare communicatie over de effectieve aardbevingsdreiging en de manier waarop hiermee om te gaan, kan bij de betrokken Groningers de overtrokken angst voor de aardbevingen wegnemen. Door de aardbevingsdreiging terug te brengen tot de juiste proporties, wordt leven met de geïnduceerde aardbevingen niet langer een onoverkomelijk probleem.

Reeds in februari 2014 pleitte ik voor meer aandacht voor bewustmaking over en voorbereiding op aardbevingen (‘Aardbevingen? Groningen moet er maar aan wennen’, Trouw, 14 februari 2014). Want of je het nu graag hoort of niet, Groningen verschilt nu niet echt meer van een ander aardbevingsgebied in de wereld. Duidelijk communicatie over de effectieve – niet fictieve – aardbevingsdreiging en de manier waarop hiermee om te gaan, kan de angst temperen. Dit is de enige weg om te werken aan een het herwinnen van het veiligheidsgevoel in Groningen, en dat is toch waarvoor een zorgende overheid moet instaan. De eerste schuchtere stappen zijn gezet door de Veiligheidsregio Groningen met hun aardbevingswijzer, gericht op Groningse scholieren. Puik werk! Maar voor mij zal de investering in bewustmaking en herwonnen veiligheidsgevoel pas geslaagd zijn als Groningen zijn eerste provinciale aardbevingsoefening – de Groningse ShakeOut – organiseert als het feest van de herwonnen weerbaarheid tegen de blijvende aardbevingsdreiging. Pas dan zal de bladzijde van de Huizinge-aardbeving kunnen worden omgeslagen. Of zoals de Groningers het zo mooi kunnen zeggen “Kop d’r veur!”.


Dit is de longread van een opiniestuk dat verschenen is in het NRC op 16 augustus 2016: “Vijf jaar na Huizinge is er ook goed nieuws” (pdf).

Discussion

Trackbacks/Pingbacks

  1. Pingback: Abusivismo edilizio | EarthlyMatters - August 23, 2017

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

Follow EarthlyMatters on WordPress.com
%d bloggers like this: