you're reading...
ecomodernisme, Klimaat, Planeet Aarde, Wetenschap & Maatschappij

Op weg naar het ‘goede antropoceen’

Dit opiniestuk is geschreven door Bart Coenen (BackCover) en Manuel Sintubin, en gepubliceerd in De Morgen op 15 februari 2019 (URL; pdf).


Sinds de grootste partij in Vlaanderen uitpakt met zijn ecorealisme, en Mike Schellenberger, een milieuactivist en fervent bepleiter van kernenergie, gestrikt heeft als hoofdspreker op de V-dag over energie en ecologie, duikt ook het concept ecomodernisme al eens op in het publieke debat. Mike Schellenberger is inderdaad één van de achttien ondertekenaars van het ecomodernist manifesto, dat ecomodernisten in april 2015 publiceerden. Onder de ondertekenaars vinden we bijvoorbeeld ook de geograaf Ruth DeFries, sinds kort eredoctor aan de KU Leuven.

Maar het concept ecomodernisme kreeg het snel zwaar te verduren in opiniërend Vlaanderen, net door de associatie met het zogenaamde ecorealisme van de N-VA (De gevaarlijke stilstand van het ecorealisme – De Standaard, 28 januari 2019; Open brief aan N-VA: “De partij koppelt zich aan ecomodernisme, ‘t laatste wat België nodig heeft” – dewereldmorgen.be, 24 januari 2019; Open brief aan N-VA: jullie klimaatbeleid is greenwashing – MO, 30 januari 2019; Laten we hopen dat het “ecorealisme van N-VA geen “ecopopulisme” wordt – KNACK, 3 februari 2019). Alle grote woorden werden bovengehaald om van het ecomodernisme een karikatuur te maken. Een bloemlezing. Ecomodernisten zouden gewoon een bende pronucleaire lobbyisten zijn. Zij zouden de sense of urgency in het klimaatvraagstuk niet erkennen, of zelfs nog erger, ze zouden het bestaan van de klimaatopwarming afdoen als een akkefietje. Ze zouden een ongebreideld geloof hebben in een technologisch deus ex machina, en de mensen dus het waanbeeld voorhouden dat het klimaatprobleem wel vanzelf zal verdwijnen met wat eenvoudige technologische ingrepen zonder grote maatschappelijke omwentelingen. En nog het ergste, ze pleiten voor de ‘ontkoppeling’ van mens en natuur: ze zouden voor een rationele wereld staan met niets meer van gevoelens, kunst, passie en genot, een ware dystopie.

Maar klopt deze karikatuur van het ecomodernisme? Waar staat het gedachtengoed van het ecomodernisme echt voor? Het ecomodernisme beoogt de realisering van wat zij het ‘goede Antropoceen’ noemen, een tijdperk gekenmerkt door menselijke voorspoed op een ecologische gezonde planeet. Concreet stellen zij drie prioriteiten, waaraan dringend moet gewerkt worden: verbetering van de levenskwaliteit van alle mensen op aarde, het voorkomen van een gevaarlijke klimaatopwarming, en de bescherming van de natuur.

Een uitgangspunt van het ecomodernisme is inderdaad de ‘ontkoppeling’ van mens en natuur. Rekening houdend met de nog steeds groeiende wereldbevolking zien zij het niet meer mogelijk dat een veerkrachtige natuur – cruciaal voor ons overleven – in volledige harmonie kan bestaan met de menselijke maatschappij. Ecomodernisten stellen dan ook voor zich zoveel mogelijk terug te trekken uit de natuur, om zo die natuur terug alle kansen te geven om tot volle bloei te komen. Dit streven ligt volledig in de lijn van bijvoorbeeld de oproep die Cristiana Paşca Palmer, executive secretary van de UN Convention on Biological Diversity, vorig jaar nog deed in aanloop naar de Biodiversiteitsconferentie in Beijing in 2020 (‘Make half of world more nature-friendly by 2050, urges UN biodiversity chief‘ – The Guardian, 13 april 2018), of van de prominente ecologist en Harvard professor Edward O. Wilson, die ervoor pleit 50% van het aardoppervlak voor te behouden voor ‘onverstoorde’ natuur (zie half-earth project). Die ‘ontkoppeling’ bestaat enerzijds uit een relatieve afname van de milieu-impact bij verdere wereldwijde economische groei, en anderzijds uit een absolute reductie van de impact van de mens op de biosfeer. Dit vertaalt zich in een intensifiëring van de menselijke activiteiten, waarbij steeds minder beslag wordt gelegd op de natuurlijke omgeving en de natuurlijke – zowel biologische als geologische – rijkdommen. Die intensifiëring vindt plaats in zowel de energie-opwekking – vandaar de keuze voor kernenergie; het landgebruik – vandaar de keuze voor een intensieve landbouw, steunend op de meest recente ecologische inzichten en technologische ontwikkelingen in de landbouw (bv. ggo’s); alsook de economie, met een focus op een volledige decarbonisering, en op recyclage en hergebruik van materialen (circulaire economie). Deze intensifiëring betekent ook dat ecomodernisten inderdaad hun heil zien in doorgedreven technologische ontwikkelingen, niet zomaar uit een blind vooruitgangsgeloof, maar vanuit de drijfveer de impact van de mens op de natuur zoveel mogelijk en zo snel mogelijk te minimaliseren, en dat wereldwijd. Maar ‘ontkoppeling’ staat niet gelijk aan vervreemding van de natuur. Ecomodernisten zoeken meer dan ooit verbinding met de natuur, maar trachten er zo min mogelijk afhankelijk van te zijn. Ecomodernisten zijn eco én modern.

paris

Paris Smart City 2050, een visionair beeld van de ecomodernistische stad van de 21e eeuw (Vincent Callebaut Architectures)

Eigenlijk zullen de groene en slimme steden van de 21e eeuw een schoolvoorbeeld worden van het ecomodernistisch ideaal. De aan de gang zijnde tendens dat de mensheid zich uit de natuur ‘terugtrekt’ in steden, is trouwens niet meer te stuiten. Volgens de VN leeft tegen 2050 bijna 70% van de wereldbevolking (bijna 10 miljard in 2050) in stedelijke agglomeraties. Alleen is het zo dat de mens nu nog steeds teveel beslag legt op de natuurlijke omgeving. En daarin moet net zo snel mogelijk verandering komen. De biodiversiteitscrisis is immers misschien wel urgenter dan de klimaatcrisis.

Ecomodernisme vertrekt vanuit een diep respect voor onze planeet en hecht veel belang aan de intrinsieke waarde van de natuur, maar ecomodernisme gelooft ook in het vernuft van de mens. En ja, ecomodernisten kijken vol ‘goesting’ uit naar de immense uitdagingen waarvoor de mens staat, om dat ‘goede antropoceen’ nog deze eeuw te realiseren.

Lees ook aansluitend bij dit opiniestuk het opiniestuk van Marco Vissher in KNACK ‘Ecomodernisme is méér dan het ecorealisme van de N-VA‘ (1 februari 2019).


De coördinator van de Denktank Oikos Dirk Holemans was er als de kippen bij om dezelfde dag van de publicatie van ons opiniestuk (15 februari 2019) nog een reactie te publiceren op de webstek van De Morgen, onder de titel ‘Ecomodernisme is vat vol tegenstrijdigheden‘, een opiniestuk waarin spijtig genoeg de karikatuur van het ecomodernisme bestendigd wordt.

De heer Holemans verwijt ecomodernisme een ‘vat vol tegenstrijdigheden en onbeantwoorde vragen’ te zijn. Eigenlijk zouden ecomodernisten dit als een complement moeten zien. Inderdaad, ecomodernisten zijn er immers van overtuigd dat zij geen aanspraak kunnen maken op het Grote Gelijk. Marco Visscher verwijst in zijn opiniestuk trouwens naar een citaat van de Colombiaanse professor milieu-ethiek Esteban Rossi, waarbij hij het ecomodernisme omschrijft als een ‘eclectisch, ondogmatisch liberalisme dat bereid is om zijn vooronderstellingen te betwijfelen en eventueel te wijzigen’. Dus ja, een vat vol tegenstrijdigheden en onbeantwoorde vragen!

De heer Holemans valt blijkbaar ook over het gebruik door ecomodernisten van de term antropoceen. Inderdaad, het holoceen ligt achter ons, en het holoceen zal nooit meer terugkomen, toch niet voor de komende millennia. We leven nu eenmaal in het ‘tijdperk van de mens’, het antropoceen, waarin de mens een geologische kracht is geworden. En ja, onze invloed op de aardse systemen is algemeen. We tasten vele planetaire grenzen af.  Maar dat wil toch niet zeggen dat we geen lessen kunnen trekken uit de misstappen uit het verleden. Wat is er dan mis met de drijfveer van de ecomodernisten de onverstoorde natuur terug veel meer ruimte te geven, door de intensifiëren van de menselijke activiteiten op veel kleinere oppervlakte? En ja, in de zwart-witwereld van de heer Holemans is er dan geen natuur meer nodig daar waar de mens leeft. Gewoon onzin natuurlijk. Ecomodernisten pleiten absoluut niet om zich terug te trekken in dystopische steden à la metropolis van Fritz Lang (1927), maar zij kiezen volop voor de groene, slimme steden, zoals bijvoorbeeld het visionaire Paris Smart City 2050 project van Vincent Callebaut. Ecomodernisten wensen absoluut niet de natuur te bannen uit hun landbouwmodel, wel integendeel. Zij staan voor een veerkrachtige landbouw, een ecologisch verantwoorde landbouw die niet steunt op het massieve gebruik van pesticiden en kunstmeststoffen. Maar inderdaad, om dat doel te bereiken zien ecomodernisten ook heil in moderne landbouwtechnieken, zoals bijvoorbeeld CRISPR en ggo’s, om klimaatresistente gewassen te kweken die het gebruik van pesticiden en kunstmeststoffen op termijn zo goed als onnodig maken.

En waar haalt de heer Holemans het dat ecomodernisten niet zouden willen praten over een gezonder levenspatroon en enkel bekommerd zouden zijn over een minder milieuontwrichtende vleesproductie? Niets is minder waar. Ook in het ‘goede antropoceen’ staat levenskwaliteit centraal … voor alle mensen op aarde. Ecomodernisten reduceren systeemveranderingen niet tot technologische ingrepen. Maar ecomodernisten zien telkens wel wat technologische ontwikkelingen kunnen bijdragen om de menselijke impact op aarde verder te reduceren. En zien dan misschien veel meer heil in de verdere technologische ontwikkelingen rond bijvoorbeeld kweekvlees, dan in een zoveelste ‘donderdag veggiedag’ campagne.

En nog een karikatuur, ecomodernisten zouden tegen hernieuwbare energie zijn. Neen, ecomodernisten zijn vooral vóór CO2-vrije energie. En ja, kernenergie hoort dan, naast hernieuwbare energie, thuis in de energiemix van de toekomst. Of je nu energie democratisch beheert, daar ligt de ecomodernist eigenlijk niet echt van wakker. Zij zetten zich verder niet de facto af tegen multinationals. Ecomodernisten zijn niet gedreven door één of andere ideologie. Zoals ook Marco Visscher duidelijk maakt in zijn opiniestuk, laat ecomodernisme zich niet gemakkelijk plaatsen in het politieke spectrum.

Laat ons nu aub die karikatuur van het ecomodernisme achterwege laten! Ecomodernisten wensen de natuur absoluut niet buiten te sluiten. Net daar waar de mensen leven, weg van de ‘onverstoorde’ natuur, streven ecomodernisten naar een vruchtbare relatie tussen mens en natuur, waar landbouwgebieden vol biodiversiteit natuurgebieden versterken in plaats van verschralen … net wat de heer Holemans zelf ook nastreeft.

 

Discussion

No comments yet.

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

Follow EarthlyMatters on WordPress.com
%d bloggers like this: