you're reading...
Geologie & Maatschappij, Kernafval

Een verhaal zonder einde? (4)

Het verhaal van het hoogradioactief en langlevend kernafval in België lijkt wel een verhaal zonder einde. Er wordt vooral in rondjes gelopen zonder dat er eens een knoop doorgehakt wordt. We zijn immers aan een nieuw rondje begonnen …

… maar ondertussen heb ik wel mijn burgerplicht vervuld, en heb ik deelgenomen aan de publieksraadpleging van NIRAS over een eindbestemming voor het hoogactieve en/of langlevende afval in België, dit natuurlijk na grondige lectuur van het Strategisch Milieueffectenrapport (SEA) over een eindbestemming voor het hoogactieve en/of langlevende afval in België, wat blijkbaar niet iedereen doet op basis van wat ik allemaal zie passeren uit de mond van politici en activisten.

Strategisch Milieueffectenrapport (SEA)

Ik heb met tevredenheid het SEA gelezen. Het is een vrij volledig document dat op een heldere manier een wetenschappelijk onderbouwde argumentatie opbouwt om de keuze van een “systeem van geologische berging op Belgisch grondgebied” te verantwoorden. Natuurlijk is commentaar altijd mogelijk. Bepaalde aspecten had ik anders verwoord; over bepaalde stellingen ben ik het niet helemaal eens; een aantal ambiguïteiten storen me. Maar dat doet niets af van de kwaliteit van het geleverde werk.

Een belangrijke commentaar die in kringen die zich kanten tegen dit voorstel, de ronde doet, is dat het voorliggende dossier niet concreet (genoeg) is. Maar dat is nu net een catch-22 waarin NIRAS door de politiek gemanoeuvreerd is. Het vorige voorstel dat NIRAS aan de regering overmaakte in 2011 was immers concreter. Er werd immers reeds gekozen voor een welbepaald gastformatie, met name “weinig verharde klei”, en een conceptueel ontwerp, met name “in één enkele installatie op Belgisch grondgebied”. De regulator FANC achtte de keuze van een gastformatie voorbarig, een advies dat door ministers Peeters en Marghem van de regering Michel I in 2016 gevolgd werd. Terug naar af! Vandaar dat dit dossier enkel gaat over het concept geologische berging en de facto niet concreet kan en mag zijn! Het kan en mag niet concreet zijn over een preferentiële gastformatie; het kan en mag niet concreet zijn over de mogelijke diepte van een bergingsinstallatie; het kan en mag niet concreet zijn over een specifiek bergingssysteem; het kan en mag niet concreet zijn over mogelijke locaties waar een site – of zelfs meerdere sites – zou kunnen worden ingepland. Het kan dan ook niets zeggen over het mogelijke kostenplaatje, enz. Het is dan ook eigenlijk intellectueel oneerlijk net op dat punt NIRAS aan te vallen.

Ontwerpplan

Vanuit het SEA volgt een voorontwerp van koninklijk besluit tot vaststelling van het goedkeuringsproces voor de nationale beleidsmaatregelen met betrekking tot het langetermijnbeheer van gecondtioneerd hoogradioactief en/of langlevend afval en tot bepaling van de beheeroplossing op lange termijn voor dit afval. Ik ben niet bedreven in Wetstraatees, maar waaraan ik het meeste belang hecht in het voorontwerp van koninklijk besluit is dat het engagement aangegaan wordt dat het verdere besluitsvormingsproces zal gekenmerkt zijn van “een participatief, eerlijk en transparant karakter, teneinde het maatschappelijke draagvlak te creëren en in stand te houden dat vereist is voor de ontwikkeling van de oplossing voor het langetermijnbeheer met een of meer geïnformeerde en toestemmende lokale collectiviteiten en, op termijn, voor de integratie van een project van geologische berging op de verschillende niveaus, in het bijzonder in een lokale collectiviteit”.

Publieksraadpleging

De publieksraadpleging behelst de volgende vier vragen (te beantwoorden met ‘helemaal akkoord’, ‘veleer akkoord’, ‘veleer niet akkoord’, ‘helemaal niet akkoord’, ‘ik heb hierover geen mening’):

  • Gaat u akkoord met het voorgestelde systeem van geologische berging?
  • Gaat u akkoord met het voorstel om dit uit te voeren op Belgisch grondgebied?
  • NIRAS benadrukt eveneens dat de beleidskeuze niet mag worden uitgesteld. Gaat u hiermee akkoord?
  • Gaat u akkoord met de noodzaak en de voorgestelde principes (participatief, transparant, billijk, aanpasbaar aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang en aan de maatschappelijke evoluties) van een besluitvormingsproces voor de ontwikkeling, locatiekeuze en realisatie van een systeem van geologische berging in België?

Verder wordt er een mogelijkheid geboden om bijkomende opmerkingen of meningen te geven over volgende onderwerpen:

  • Voorgestelde technische oplossing (systeem van geologische berging)?
  • Op Belgisch grondgebied?
  • Noodzaak van een beslissing?
  • Mogelijke milieueffecten van het systeem van geologische berging?
  • Bestaan van alternatieven?
  • Besluitvormingsproces?
  • Andere?

Laten we nu even de vragen en bijkomende onderwerpen overlopen:

  • Gaat u akkoord met het voorgestelde systeem van geologische berging?
    Het zal u wellicht niet verwonderen dat ik, als geoloog, hiermee ‘helemaal akkoord’ ga. Het tijdskader waarover we het hebben – honderdduizenden jaren – laat gewoon geen enkele ‘oplossing’ toe die volledig steunt op de mens. Dit overstijgt immers elke menselijk tijdskader, laat staan het tijdskader van politici. Enkel het geologische tijdskader is hier aan de orde. We gaan hier volledig moeten vertrouwen op de geologie en de uiterst trage – en relatief goed ‘voorspelbare’ – Aardse processen. Het uniformitarianisme van Charles Lyell is hierin onze gids.
    Bovendien is er een wetenschappelijke consensus binnen de internationale gemeenschap dat een geologische berging de meest duurzame aanpak is om te zorgen dat we de toekomstige generaties niet opzadelen met onze nucleaire erfenis.
  • Gaat u akkoord met het voorstel om dit uit te voeren op Belgisch grondgebied?
    Dit is een moeilijke … uiteindelijk heb ik toch gekozen voor ‘veleer niet akkoord’. Geologie kent immers geen grenzen! Stel u gewoon eens voor dat net over de grens in Nederland er de meest ‘ideale’ geologische context te vinden zou is om kernafval te bergen, zouden we dan toch moeten kiezen voor een minder ‘ideale’ oplossing omdat we het in België moeten bergen?
    Ik moet eerlijk bekennen dat ik nogal ‘fan’ ben van de Finse bergingsoptie, in een ontzettend stabiele kristallijne gastformatie. En stabiel is het daar in het Baltische Schild. Al meer dan 600 miljoen jaar is daar geologisch niet echt veel gebeurd. Ik blijf dan ook de vraag stellen waarom we de kernafvalproblematiek niet op Europees niveau aanpakken, al begrijp ik alle praktische en wettelijke bezwaren die in het SEA besproken worden. Is het uiteindelijk niet beter in gans Europa één ‘ideale’ bergingssite te hebben – en volgens mij komt Onkalo in Finland dicht in de buurt van een dergelijke ‘ideale’ bergingssite – dan vele ‘suboptimale’ bergingssites, net omdat de geologie in de betrokken landen misschien net niet ‘ideaal’ is voor de geologische berging van kernafval.
    Trouwens werken we al samen. Zo neemt België het kernafval van Luxemburg voor zijn rekening. Hun categorie B afval zal dus ooit samen met het onze geologisch geborgen worden. De recente NIMBY-reactie van de groene Luxemburgse minister van milieu was in deze context dan ook des te opmerkelijk (zie ‘Een verhaal zonder einde? (3)’). Stank voor dank! En dat de Nederlanders beslist hebben om pas een beslissing te nemen na 2100 moet je volgens mij ook in dat kader zien. Hopen zij niet dat ze ooit terecht kunnen met hun kernafval in ‘onze’ bergingssite, zeker als er uiteindelijk toch gekozen wordt voor de ‘niet verharde klei’ (Boomse klei, Ieperiaanse klei), die op de geschikte diepte zit in het grensgebied met Nederland?
    Persoonlijk vind in dat NIRAS in het SEA met betrekking tot een multinationale aanpak zich al te veel ‘verschuilt’ achter praktische en wettelijke bezwaren. Dat bijvoorbeeld ongeveer de helft van de Europese landen de invoer van kernafval op hun grondgebied met het oog op berging verbieden, is nu een wettelijke belemmering voor multinationale samenwerking, maar dat hoeft het niet te blijven in de toekomst. Wetten kunnen worden veranderd. Ik vind dan ook dat NIRAS (dus België) op Europees niveau toch wat voluntaristischer zou mogen zijn om een meer Europese aanpak te bepleiten. Want geologie kent geen grenzen!
  • NIRAS benadrukt eveneens dat de beleidskeuze niet mag worden uitgesteld. Gaat u hiermee akkoord?
    ‘Helemaal akkoord’! Eigenlijk is dit een no-brainer! Wensen we onze achterkleinkinderen en de daaropvolgende generaties niet op te zadelen met onze nucleaire erfenis, dan moeten wij de verantwoordelijkheid op ons nemen en kiezen voor een geologische berging van ons kernafval. We moeten er nu aan beginnen om zo te zorgen dat rond 2120 de berging definitief kan worden afgesloten en dat vanaf dan het ‘systeem van geologische berging’ zijn werk doet, niet langer de mens.
    Tegenstanders roepen om een ‘serieus maatschappelijk debat’. Maar dat debat komt er nog (zie volgende vraag). Dat debat zal de komende decennia centraal staan. Tegenstanders wensen dat alle alternatieven eerst onderzocht worden. Maar wat zijn dan die alternatieven? Zeeberging? In de ruimte schieten? Wat met de consensus die bestaat rond de geologische berging? In de klimaatproblematiek gaan we toch ook niet alle ‘alternatieve’ modellen van de klimaatontkenners onderzoeken alvorens effectief klimaatbeleid te voeren?
    Sommige kiezen ervoor om de beslissing uit te stellen tot 2100, net zoals de Nederlanders. Zo’n ‘langdurige opslag’ heeft vele nadelen, nauwelijks voordelen. Dat staat haarfijn uitgelegd in het SEA. Ook voor Europa (richtlijn 2011/70/Euratom) is zo’n opslag geen alternatief voor berging. Maar wat bereiken we met dit uitstel? Voor de voorstanders van de ‘Hollandse oplossing’ (zie ook “Kies NU voor een geologische berging”) geeft dit uitstel alle tijd voor een ‘serieus maatschappelijk debat’. Maar hebben we echt tachtig jaar nodig om een ‘serieus maatschappelijk debat’ te voeren over iets waarover een wetenschappelijke consensus bestaat? Voorstanders vinden dat we moeten wachten naar mogelijke nieuwe wetenschappelijke inzichten en technologische vooruitgang. Maar voor die nieuwe wetenschappelijke inzichten en technologische innovatie hebben we nog alle tijd … tot ver in de tweede helft van deze eeuw. Niets belet ons naast het proactieve spoor van de geologische berging, in te zetten op wetenschappelijk onderzoek en technologische innovatie. Maar één zaak mogen we niet vergeten … aan de wetten van de fysica gaan we niets kunnen veranderen, ook niet in 2100!
  • Gaat u akkoord met de noodzaak en de voorgestelde principes (participatief, transparant, billijk, aanpasbaar aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang en aan de maatschappelijke evoluties) van een besluitvormingsproces voor de ontwikkeling, locatiekeuze en realisatie van een systeem van geologische berging in België?
    Eigenlijk heb ik al ten dele geantwoord op deze vraag: ‘Helemaal akkoord’! Zoals duidelijk verwoord in het SEA en het voorontwerp van koninklijk besluit, is de beslissing om voor een ‘systeem van geologische berging op Belgisch grondgebied’ slechts een eerste stap in een participatief besluitvormingsproces dat de komende decennia centraal zal staan. Dit proces met alle ‘stakeholders’ zal stap voor stap uiteindelijk leiden tot het identificeren van een of meerdere mogelijk bergingssites in België, die beantwoorden aan alle wetenschappelijk-technische criteria en waarvoor een maatschappelijk draagvlak gevonden is.
    Omdat dit participatief proces een kwestie gaat worden van decennia, lijkt het me belangrijk dat dit proces een blijvend ‘gezicht’ krijgt. Ik pleit er dan ook voor om hiervoor een intendant (vergelijkbaar met bv. de Vlaamse Bouwmeester) in het leven te roepen, een onafhankelijk persoon – met een ondersteunend team – dat het proces begeleid, het aanspreekpunt wordt voor alle betrokkenen, en alle aanwezige expertise binnen NIRAS, FANC, onderzoeksinstellingen en universiteiten samenbrengt.
  • Mogelijke milieueffecten van het systeem van geologische berging?
    Tja, daar valt eigenlijk op dit moment weinig concreets over te zeggen, buiten theoretische algemeenheden over geologische berging. Deze worden dan ook uitgebreid behandeld in het SEA.
  • Bestaan van alternatieven?
    De vraag is en blijft ‘welke alternatieven’? Zoveel aanvaardbare alternatieven zijn er uiteindelijk niet. De alternatieven die in strijd zijn met de regelgeving en/of onbeheersbare risico’s inhouden, komen aan bod in het SEA. In het SEA wordt daarnaast dieper ingegaan op twee specifieke ‘alternatieven’ die in de context van een geologische berging wel relevant zijn, enerzijds het alternatief van diepe boringen in plaats van galerijen, anderzijds de bijdrage van geavanceerde scheidings- en transmutatietechnologieën. Deze ‘alternatieven’ zullen zeker deel uitmaken van het maatschappelijke debat dat volgt op de princiepsbeslissing te kiezen voor een geologische berging.

Voilà, nu weet u hoe ik geantwoord heb op de vragen van de publieksraadpleging. Wie weet, kan het u inspireren. En nu is het aan u om uw burgerplicht te vervullen en deel te nemen aan de publieksraadpleging van NIRAS over de eindbestemming van ons kernafval. U heeft nog tijd tot 13 juni!

Discussion

No comments yet.

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

Follow EarthlyMatters on WordPress.com
%d bloggers like this: