you're reading...
Big History, Planeet Aarde, Wetenschap & Maatschappij

Denken als een berg


Dit essay is gepubliceerd in Karakter. Tijdschrift van Wetenschap, een uitgave van de Academische Stichting Leuven (Karakter 76, 12-15, 2021), onder de titel Denken als een berg: over diepe tijd.


We leven in het nù! Studenten kijken niet verder dan de blok- en examenperiode op het einde van het semester, of hoogstens kijken ze uit naar de volgende zomer in de hoop niet al te veel herexamens te hebben. De tijdhorizont van onderzoekers reikt niet verder dan de volgende limietdatum voor de zoveelste projectaanvraag om dan hopelijk financiering voor onderzoek te verzekeren voor nog eens vier jaar. Bedrijfsleiders leven van kwartaalcijfers naar kwartaalcijfers, politici van verkiezing naar verkiezing. Kortetermijndenken lijkt wel ingebakken in onze genen.

De uitdagingen waarmee we vandaag geconfronteerd worden in onze complexer wordende maatschappij botsen echter steeds harder met die tijdsbijziendheid. Bovendien beoordelen we vele van die uitdagingen veel te veel vanuit het nu. Ook de voorgestelde oplossingen vertrekken doorgaans vanuit het nu. Neem nu bijvoorbeeld de problematiek van migratie, wat nu veelal bekeken wordt vanuit het perspectief van bevolkingstoename, zelfs overbevolking, en totaal niet vanuit het perspectief van de bevolkingskrimp die door de demografische transitie onherroepelijk op ons afkomt. De onmacht van het kortetermijndenken wordt nog zichtbaarder eens geconfronteerd met de planetaire uitdagingen, van klimaatverandering, zeespiegelstijging tot biodiversiteitscrisis, eigenlijk zelf ongewenste gevolgen van onze tijdsbijziendheid door de eeuwen heen. De ontnuchterende waarheid is immers dat Planeet Aarde niet werkt op die menselijke tijdschalen.

Het cynische is nu dat we ons die ongemakkelijke waarheid van aardse tijdschalen zelf hebben aangedaan door onze wetenschappelijke nieuwsgierigheid. We werden met de neus op de feiten gedrukt en gedwongen om in een tijdskader te denken en handelen dat tegen ‘onze natuur’ ingaat. Geleidelijk drong het tot ons door dat we moesten leren ‘denken als een berg’, zoals de Amerikaanse auteur en ecoloog Aldo Leopold ons in zijn boek A Sand County Almanac (1949) voorhield. De ontdekking van ‘diepe tijd’, het onmetelijke van de prehistorische tijd, is wellicht een van de meest ontnuchterende wetenschappelijke verwezenlijkingen van de mens, een ontdekking die ons mens- en wereldbeeld totaal overhoop gehaald heeft. Want wat was het comfortabel leven in een onveranderlijke, tijdloze wereld. De schotse naturalist James Hutton concludeerde zijn zoektocht naar de werking van de aarde, neergeschreven in zijn baanbrekend boek Theory of the Earth (1788), dan ook met de stelling dat “we find no vestige of a beginning, no prospect of an end”. Een groot deel van onze geschiedenis heeft de mens zich dan ook als een ‘ongeletterde in de tijd’ een weg gebaand door de natuurlijke omgeving. Zonder enig aards tijdsbesef hebben we ons in een ratrace gestort naar altijd maar meer, sneller, groter, hoger … Marcia Bjornerud noemt dit onze ‘tijdsblinde hubris’.

De vragen ‘hoe oud is de Aarde?’, ‘hoe oud is het universum?’ waren toen gewoon niet aan de orde. Tot, in de 18de en 19de eeuw, aardgeleerden zich uiteindelijk toch die vragen begonnen te stellen, net omdat ze ontdekten dat de Aarde een verhaal te vertellen had dat onmogelijk in te passen was in een tijdskader van enkele duizenden jaren, zeker toen ze restanten van dieren en planten vonden die in niets leken op de dieren en planten die onze planeet nu bevolken. Die bewustwording van aardse tijd wortelt in het uniformitarianisme van James Hutton en Charles Lyell, de 19de-eeuwse grondleggers van die jonge wetenschap, de geologie. Dit actualiteitsprincipe benadrukt de geleidelijkheid van aardse processen. De processen die we vandaag om ons heen kunnen waarnemen, moeten ook in het verleden zo verlopen zijn, kortom “the present is the key to the past”. Deze trage geleidelijkheid vormt nog steeds een van de basisprincipes van de geologie. Onvermijdelijk blijkt dat het opbouwen van gebergten, het uitschuren van rivieren, het afzetten van dikke pakken sedimenten enorm veel tijd in beslag neemt, misschien wel miljoenen jaren. Met de Principles of Geology van Charles Lyell in de hand zag Charles Darwin dat het uniformitarianisme ook de evolutie van het leven stuurde. Evolutie moet zich hebben afgespeeld op tijdschalen die het menselijke begrip overstegen.

Toch is het wachten tot de wetenschappelijke doorbraken in de 20steeeuw alvorens de ware ouderdom van de Aarde, en het universum, achterhaald werd. De Britse geoloog Arthur Holmes paste in het begin van de vorige eeuw de radiometrische dateringsmethode, toen net ontwikkeld door de Amerikaanse chemicus Bertram Boltwood en de Britse fysicus Ernest Rutherford, toe op een collectie van gesteenten, die stratigrafisch wel relatief ten opzichte van elkaar ‘gedateerd’ waren. De oudste gesteenten in de collectie van Holmes gaven een ouderdom van 1,6 miljard jaar. Verbijsterend voor die tijd. Holmes schatte de ouderdom van de Aarde toen dubbel zo oud in, ongeveer 3 miljard jaar. Wat de kosmologen deed panikeren. Hubble had immers net op basis van ‘zijn’ constante geschat dat het uitdijende universum ongeveer 1,8 miljard jaar oud moest zijn, amper 200 miljoen jaar ouder dan het oudste gedateerde gesteente op Aarde. Er stelde zich een kosmologisch ouderdomsprobleem. De finetuning van de Hubbleconstante heeft dit probleem gelukkig opgelost. Vandaag schatten we de ouderdom van het universum in op ongeveer 13,8 miljard jaar. Pas in 1956 werd voor het eerst de ouderdom van onze planeet, en van het zonnestelsel, bepaald, toen de Amerikaanse geochemicus Clair Patterson de Canyon Diablo-meteoriet – wel gekend van ‘Meteor Crater’ in Arizona (VS) – radiometrisch dateerde en uitkwam op een ouderdom van 4,55 miljard jaar. Dergelijke meteorieten worden immers beschouwd als het oermateriaal waaruit de aardse planeten in ons zonnestelsel zijn opgebouwd. De limieten van de tijd werden zo opengebroken. Aardse processen kregen een onmetelijke zee van tijd om zich te ontplooien. En de mens? De mens werd plots herleid tot een akkefietje in dit aardse verhaal.

De term ‘diepe tijd’ – deep time – hebben we te danken aan de Amerikaanse schrijver John McPhee, die de term voor het eerst gebruikte in zijn boek Basin and Range in 1981. Met de term diepe tijd wordt in de eerste plaats verwezen naar de immense prehistorische tijd waarin het kosmische en aardse verhaal zich afspeelt. McPhee verwoordde ook mooi het voornaamste pijnpunt waarmee de mens worstelt wanneer geconfronteerd met die onmetelijke zee van tijd: “the human mind may not have evolved enough to be able to comprehend deep time, it may only be able to measure it”. En hij heeft honderd procent gelijk! Ook als geoloog goochel ik met miljoenen jaren alsof het niets is, onderzoek ik gebergten die honderden miljoenen jaren geleden ontstonden. Maar als mens kan ook ik dit allemaal niet vatten. Wat betekent één miljoen jaar nu werkelijk? Ons bevattingsvermogen beperkt zich immers tot een tijdsperspectief dat één à twee generaties teruggaat in de tijd en één à twee generaties vooruitkijkt in de tijd, echt een oogwenk in diepe tijd.


“the human mind may not have evolved enough to be able to comprehend deep time, it may only be able to measure it”


Reizen in diepe tijd heeft echter een grote aantrekkingskracht. Wij houden immers van verhalen. En het aardse verhaal leest als een ware thriller met vele onverwachte en spectaculaire wendingen. Meer en meer mensen geraken hierdoor geboeid. En dat merk je aan de veelheid van boeken die ons, al of niet anekdotisch, meenemen op die reis door diepe tijd, als tijdreizigers naar lang vervlogen tijden. Recente voorbeelden , die zeker de moeite waard zijn om eens ter hand te nemen, zijn Origins. How The Earth Made Us van Lewis Dartnell, Underland. A Deep Time Journey van Robert Macfarlane, of Notes From Deep Time. A Journey Through Our Past and Future Worlds van Helen Gordon.

In haar boek geeft Helen Gordon een inkijk in de leefwereld van de geoloog als ‘hoeder van diepe tijd’, aan de hand van een reeks persoonlijke reisverhalen. ‘Als je bij de hond slaapt, krijg je zijn vlooien’ is echt van toepassing op haar. Zij is immers getrouwd met een geofysicus die ze ontmoet heeft tijdens een geologische stadswandeling in Londen, toen ze zich beiden verwonderden over fossielen in een kalksteenbekleding van een gebouw. Zo is ze geboeid geraakt door de geologie. Samen met haar ontdekken we de verhalende kracht van geologie als historische natuurwetenschap. Geologie spreekt onze verbeelding aan door te reizen naar lang vervlogen, tot de verbeelding sprekende werelden. Dat dinosauriërs wel eens opduiken in de verhalen, is dan ook niet verwonderlijk. Uit de reisverhalen in diepe tijd leren we vooral dat verandering – global change – de enige zekerheid is die Planeet Aarde ons te bieden heeft. Zoals Heraclitus in de 5de eeuw voor Christus reeds uitriep: Panta Rhei, alles vloeit.

En dat mag je letterlijk nemen. Op geologische tijdschalen vloeit inderdaad alles, zelfs gesteenten. Ook de aardplaten ‘vloeien’. Aardbevingen herinneren ons geregeld aan die aardse realiteit. We krijgen ook een inkijk in de wereld van de échte ‘hoeders van de geologische tijd’, de Internationale Stratigrafische Commissie. Geologische tijd, zoals we die terugvinden in de opeenvolging van gesteentelagen in de aardkorst, blijkt niet langer het exclusieve speelterrein te zijn van aardwetenschappers, maar ook steeds meer van lobbyisten, politici en bureaucraten. Zo wordt er nu een strijd uitgevochten over het officialiseren van het antropoceen, het tijdperk van de mens. Het recent opdelen van het holoceen, officieel het tijdvak waarin we nog steeds leven, in drie tijden, wordt dan ook door de antropoceenlobbyisten aanzien als een politiek maneuver om de officiële aanvaarding van het antropoceen als tijd of tijdvak te verhinderen. Niets menselijks is ook de hoeders van de tijd vreemd.

Met het antropoceen komen we terecht op het snijvlak van diepe tijd en het nu, op het snijvlak van de menselijke en aardse geschiedenis. Diepe tijd krijgt plots een ruimere betekenis, naast het diepe verleden ook de diepe toekomst. Het debat focust zich nu immers op de nalatenschap van de mens. Het gaat over onze toekomst als mensheid, maar ook over de toekomst van de planeet, een toekomst waaraan ook de mens als geologische kracht meeschrijft. Het debat over het antropoceen confronteert de menselijke tijdschaal met de aardse tijdschaal, ons ingebakken kortetermijndenken met diepe tijd.

In zijn meest extreme vorm komt die confrontatie tussen menselijk kortetermijndenken en diepe tijd naar voren in de problematiek van het langetermijnbeheer van het langlevende en hoogradioactieve kernafval. De internationale gemeenschap heeft immers afgesproken dat we dit specifieke kernafval, voornamelijk bestaand uit de gebruikte kernbrandstof van kernreactoren, van de biosfeer isoleren voor één miljoen jaar. U leest het goed, één miljoen jaar. Een geologische berging ontwerpen we dan ook voor de diepe tijd. Maar het menselijk onvermogen om in diepe tijd te denken, wordt mooi geïllustreerd in één concrete vraagstelling rond de geologische berging van het kernafval, die ook Helen Gordon in haar boek op tafel legt, namelijk de vraag over de informatieoverdracht naar toekomstige generaties, tienduizenden tot honderdduizenden jaren lang. Vanuit een aards perspectief voelt deze vraag niet alleen onwennig aan, maar eigenlijk ook weinig zinvol, zeker in het besef dat de mensheid het misschien niet zo lang uithoudt. We moeten ons kernafval toevertrouwen aan Planeet Aarde … en het vergeten. Alleen is ons probleem dat ook vergeten aartsmoeilijk is, zoals de Deense scenarist Michael Madsen het krachtig verwoordde: ‘een geologische berging is een plaats waarvan we moeten herinneren ze te vergeten’.


“een geologische berging is een plaats waarvan we moeten herinneren ze te vergeten”


Het idee dat de ontdekking van diepe tijd waarschijnlijk de belangrijkste bijdrage is van de geologie aan de mensheid deelt Marcia Bjornerud met Helen Gordon. Maar Bjornerud, professor in de geologie, gaat in haar boek Timefulness. How Thinking Like A Geologist Can Help Save The World een stap verder dan Gordon. Zij beperkt zich niet enkel tot het plezier van het tijdreizen in diepe tijd, zij ziet ook een maatschappelijke meerwaarde in diepe tijd, onder het motto turning stones into verbs. De stenen in onze directe omgeving, van het granieten keukenblad thuis tot de Gobertangesteen in menig Brabants kerkgebouw, maar ook de landschappen om ons heen, en zelfs de lucht die we inademen, roepen ons op tot actie. Elke rotspartij, elk landschap is immers een toegangspoort naar lang vervlogen werelden die mee de huidige wereld vorm hebben gegeven. We leven in het nù! Maar dat nu heeft een geheugen. En dat geheugen ligt in het verleden, in de diepe tijd. Boeddhisten noemen het sati. In de Noorse mythologie is dit de wyrd, de kracht van het verleden op het heden. Het zijn de geologen die deze wyrd zichtbaar trachten te maken voor iedereen. En door de wyrd is ook de toekomst geworteld in het verleden, de continuïteit van diepe tijd.

Bjornerud verzet zich dan ook tegen het begrip ‘tijdloos’. Niets is tijdloos. Integendeel, alles is ‘tijdvol’. Zij pleit er dan ook voor dat we meer aandacht besteden aan timefulness, tijdvolheid, een besef van onze plaats in diepe tijd, zowel van het verleden dat ons gemaakt heeft als van de toekomst die we grotendeels zelf in handen hebben, niet alleen op korte maar ook op lange termijn. Het aardse verhaal, en bij uitbreiding het kosmische verhaal, is gemeenschappelijk erfgoed van de hele mensheid. We moeten het dan ook zo beschouwen. Het leert ons onze nietigheid op de Pale Blue Dot van Carl Sagan, maar het onthult ook Darwins Grandeur van onze levende planeet. Bjornerud heeft haar boek dan ook geschreven in de overtuiging dat tijdvolheid de sleutel is naar meer respect voor de medemens, alle aardlingen en onze planeet. Zij pleit voor het vormgeven van een tijdgeletterde maatschappij, een maatschappij die in staat is over intergenerationele tijdschalen de juiste beslissingen te nemen. Die tijdgeletterdheid moet bijgebracht worden van in de kleuterschool. Als eindterm in ons onderwijs zou tijdgeletterdheid dan ook zeker niet misstaan.

Ons kortetermijndenken heeft veel goeds gebracht voor de mensheid, maar stelt nu onze relatie met Planeet Aarde zwaar op de proef. Door onze tijdsblinde vooruitgang hebben we de aardse systemen uit hun lood geslagen. En uit het aardse verleden leren we dat, als de biosfeer begint te experimenteren met de aardse systemen, deze zich wel eens tegen die biosfeer kan keren. Willen we ons hachje redden, dan zal de exploitatie van onze planeet op korte termijn moeten plaatsmaken voor een rentmeesterschap op lange termijn. Door te investeren in langetermijndenken synchroniseren we ons meer met het tijdritme van Planeet Aarde. Ook moeten we beseffen dat dit nieuwe evenwicht met Planeet Aarde niet op korte termijn te realiseren valt. Ook die weg is lang en vergt tijd. Geduld is hierbij een mooie deugd. We moeten leren ‘denken als een berg’! Bjornerud laat zich hierbij inspireren door het zevendegeneratieprincipe van de Iroquois, een confederatie van Inheemse Amerikanen die leefden langs de Grote Meren. Dat principe zegt dat elke beslissing afgetoetst moet worden aan de gevolgen voor de zevende generatie die komen zal. Enkel zo kunnen we diepe tijd omarmen en ‘van stenen acties maken’.

De antropoloog Vincent Ialenti bouwt in zijn boek Deep Time Reckoning. How Future Thinking Can Help Earth Now eigenlijk verder op Bjorneruds tijdvolheid. Hij stelt zich de vraag wie het best geplaatst is om die tijdgeletterdheid bij te brengen, zeker als het de toekomst betreft. En hij vond die toekomstdenkers in het kleine dorpje Eurajoki in Finland, waar naarstig gewerkt wordt aan de geologische bergingssite voor het Finse kernafval Onkalo (Fins voor ‘grot’). Ialenti dompelde zich drie jaar lang onder in dit bijzondere wereldje van wetenschappers en ingenieurs. Hij zag de manier waarop zij met diepe tijd omgingen als inspiratiebron voor de mensheid op dit cruciale moment in onze geschiedenis waarop langetermijndenken – Deep Time Reckoning – bijna letterlijk onze levensverzekering wordt. De rigoureuze, meerschalige, interdisciplinaire aanpak, op het raakvlak van wetenschap en beleid, is voor hem een schoolvoorbeeld van hoe we ook de andere uitdagingen van het antropoceen moeten aanpakken, in het bijzonder de klimaatverstoring, dit in schril contrast met de kortzichtige, reductionistische aanpak uit het verleden (en heden) die ons in de problemen gebracht heeft. Hij zag ook hoe de toekomstdenkers van Onkalo de wyrd van de Noorse mythologie in de praktijk omzetten. Zij duiken immers het aardse verleden in op zoek naar natuurlijke analogen voor het ontwerp van de geologische berging in diepe tijd. Zo leert bijvoorbeeld het natuurlijk voorkomen van onaangetaste platen van gedegen koper in een 250 miljoen jaar oude kleiafzetting in Littleham Cove (Zuidwest-Engeland) ons dat de koperen vaten, waarin het kernafval opgeslagen worden, in hun kleiomhulsel (bentoniet) voor zeer lange tijd gevrijwaard kunnen blijven van corrosie. Ook dit gaat naar de kern van de geologie, namelijk “the past is the key to the future”.


“enkel door te leren ‘denken als een berg’ verzekeren we ons van een nalatenschap in het kosmische verhaal waarvoor we ons niet moeten schamen”


Als de mens de ambitie koestert een geologische kracht te zijn die het goed voorheeft met zijn planeet – rentmeesterschap – dient de mens te leren denken op aardse tijdschalen. We moeten ons meester maken van de kunst van het langetermijndenken. Ook Ialenti pleit voor het onderwijzen van tijdgeletterdheid. De toekomstdenkers van Onkalo zijn bedreven in het in lijn brengen van menselijke activiteiten op korte termijn met de effecten op lange termijn. Dit is een cultuur die haar ingang zou moeten vinden in maatschappij, beleid en bedrijfsleven. Impactstudies op lange termijn – denk aan het zevendegeneratieprincipe – zouden meer regel dan uitzondering moeten worden. Onkalo doet dromen van een betere toekomst, net door toekomstige werelden te creëren. Zo ontstaan opnieuw verhalen waarin mensen zich kunnen herkennen. Deze toekomstige werelden zijn geen sciencefiction, maar wel uitgedachte scenario’s, gefundeerd in de wetenschap. Maar Onkalo houdt ook een waarschuwing in zich. Toekomstdenken vereist het vertrouwen in de wetenschappelijke en technologische vooruitgang gedreven door expertise. Dit vertrouwen is nodig, net omdat er altijd onzekerheden zullen blijven bestaan. Hoe groter onze kennis, hoe groter ook de onzekerheid, net omdat het door wetenschappelijke vooruitgang steeds duidelijker wordt wat we nog niet weten. Ialenti drukt dan ook zijn bezorgdheid uit over de ‘deflatie van de expertise’ die oprukt in een wereld waarin het discours van populisten toeneemt, waarin het steeds moeilijker wordt zich te scharen achter een gemeenschappelijke werkelijkheid. Elke vorm van toekomstdenken wordt zo gehypothekeerd.

We staan voor een diepgaande transitie in ons denken om de uitdagingen van het antropoceen tot een goed einde te brengen. Het reductionistische kortetermijndenken, zo eigen aan de mens, moeten we overstijgen. Dit betekent niet alleen dat we ons diepe tijd moeten eigen maken en ons moeten synchroniseren met Planeet Aarde. Het betekent ook dat we meer systemisch moeten leren denken, dat elk van ons maar een klein radertje is in een globaal planetair systeem. Enkel door te leren ‘denken als een berg’ verzekeren we ons van een nalatenschap in het kosmische verhaal waarvoor we ons niet moeten schamen.

Discussion

No comments yet.

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

Follow EarthlyMatters on WordPress.com
%d bloggers like this: